Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR5178

Datum uitspraak2004-08-25
Datum gepubliceerd2004-11-04
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 04/00611
Statusgepubliceerd


Indicatie

Art. 20 RVV 1990; overschrijding maximumsnelheid; Snelheid vastgesteld met behulp van lasergun. Geen rechtsregel verplicht ertoe, dat een meting met een lasergun door twee verbalisanten wordt uitgevoerd. Voorts verplicht geen rechtsregel ertoe dat op een weg met de uiterlijke kenmerken van een provinciale weg de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met een verkeersbord A1 als bedoeld in Bijlage 1 van het RVV 1990 moet worden aangegeven.


Uitspraak

WAHV 04/00611 25 augustus 2004 CJIB 19057017618 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank te Amsterdam van 3 februari 2004 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 92,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 16 oktober 2002 om 20.43 uur op de Spaklerweg in Duivendrecht. 3.2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hiertoe voert de betrokkene aan, dat hij ten tijde van de gedraging op zijn werk te Utrecht was. Verder voert de betrokkene aan dat het niet mogelijk is om uit het proces-verbaal (het hof leest: aankondiging van beschikking) de precieze locatie van de gedraging af te leiden. Ook voert de betrokkene aan, dat een meting met een lasergun door twee personen zou moeten worden verricht. 3.3. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in: "De gereden snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel. De gemeten snelheid: 074 km per uur. Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 71 km per uur. Toegestane snelheid: 050 km per uur. IJkdatum radar: 03-09-2002. De geconstateerde snelheid is het resultaat van een uitgevoerde correctie op de gemeten lasersnelheid, overeenkomstig de richtlijn van de Vecom.". 3.4. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De betrokkene heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de uitgevoerde meting. Dat in het onderhavige geval een fout is gemaakt, is niet gebleken. Verder is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene ten tijde van de gedraging op zijn werk in Utrecht was. De betrokkene heeft immers geen enkel (begin van) bewijs in het geding gebracht dat in die richting kan wijzen. Naar de overtuiging van het hof is daarom komen vast te staat dat de gedraging is verricht. Het hof merkt hierbij op dat geen rechtsregel ertoe verplicht dat een meting met een lasergun door twee verbalisanten moet worden uitgevoerd. Tevens overweegt het hof dat de plaats van de gedraging in de inleidende beschikking voldoende duidelijk is omschreven en dat in dit geval niet is gebleken dat de betrokkene niet weet tegen welke gedraging hij zich heeft te verdedigen. 3.5. Ook voert de betrokkene aan, dat onduidelijk is wat ter plaatse de maximumsnelheid is, aangezien er geen verkeersborden staan die de maximumsnelheid aanduiden en de weg waarop de gedraging is verricht blijkens door hem overgelegde foto's dezelfde kenmerken heeft als de Franciscusdreef te Utrecht waar een maximumsnelheid van 70 km per uur geldt en als provinciale wegen. 3.6. Niet in geschil is dat de gedraging binnen de bebouwde kom heeft plaatsgevonden. Zoals de advocaat-generaal terecht heeft aangegeven, geldt ingevolge art. 20 RVV 1990 binnen de bebouwde kom voor motorvoertuigen een maximumsnelheid van 50 km per uur. Zo lang de maximumsnelheid niet door borden anders is aangegeven, is althans behoort het voor iedere weggebruiker duidelijk te zijn dat de maximumsnelheid 50 km per uur is. Anders dan de betrokkene meent verplicht geen rechtsregel ertoe dat op een weg met de door de betrokkene geschetste kenmerken de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met een verkeersbord A1 als bedoeld Bijlage 1 van het RVV 1990 moet worden aangegeven. Het is aan de wegbeheerder ter plaatse om te beoordelen of het noodzakelijk wordt geacht om desondanks een bord A1 als bedoeld in Bijlage 1 van het RVV 1990 te plaatsen. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel dat deze aanleiding geven om een lager bedrag van de sanctie vast te stellen. 3.7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter derhalve bevestigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.